Activities per year
Project Details
Layman's description
Het onderwijs in Nederland staat onder druk. Er is sprake van een structureel lerarentekort (Staat van het onderwijs, 2022) en een hoge uitval van beginnende leraren (Den Brok e.a., 2017).
In het kader van de Regionale Aanpak Personeelstekort in Zwolle hebben de lectoraten van drie HBO’s (Hogeschool Windesheim, Hogeschool KPZ en Hogeschool VIAA) en een practoraat uit het mbo (Landstede Groep) gezamenlijk onderzoek gedaan naar beroepsbeelden en ontwikkelbehoeften van leraren in het po, vo en mbo. Middels interviews (N=19) met HR-medewerkers, schoolleiders, beginnende en ervaren leraren uit het po, vo en mbo, en middels een survey (N=1609) onder leraren po, vo en mbo zijn inzichten verkregen in opvattingen van leraren over hun taken, rollen, professionalisering en ontwikkelbehoeften. Met dit onderzoek beogen we de 61 deelnemende onderwijsorganisaties inzicht te geven in beelden en behoeften van hun onderwijspersoneel en hen te ondersteunen bij het maken van keuzes om leraren op te leiden, te binden en te blijven boeien.
In het kader van de Regionale Aanpak Personeelstekort in Zwolle hebben de lectoraten van drie HBO’s (Hogeschool Windesheim, Hogeschool KPZ en Hogeschool VIAA) en een practoraat uit het mbo (Landstede Groep) gezamenlijk onderzoek gedaan naar beroepsbeelden en ontwikkelbehoeften van leraren in het po, vo en mbo. Middels interviews (N=19) met HR-medewerkers, schoolleiders, beginnende en ervaren leraren uit het po, vo en mbo, en middels een survey (N=1609) onder leraren po, vo en mbo zijn inzichten verkregen in opvattingen van leraren over hun taken, rollen, professionalisering en ontwikkelbehoeften. Met dit onderzoek beogen we de 61 deelnemende onderwijsorganisaties inzicht te geven in beelden en behoeften van hun onderwijspersoneel en hen te ondersteunen bij het maken van keuzes om leraren op te leiden, te binden en te blijven boeien.
Extended description
Er zijn verschillende regionale, gesubsidieerde initiatieven ontwikkeld om het tekort aan personeel terug te dringen, waaronder de Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP) Regio Zwolle. Binnen de RAP is gezamenlijk onderzoek gedaan door de onderwijslectoraten van Hogeschool KPZ, Hogeschool Viaa, Hogeschool Windesheim en een practoraat van Landstede MBO. Dit onderzoek geeft inzicht in percepties van leraren in het po, vo en mbo ten aanzien van de uitvoering van hun rollen en taken en ten aanzien van huidige en gewenste ondersteuning en professionalisering.
De percepties ten aanzien van verdere loopbaanontwikkeling en professionaliseringsactiviteiten zijn op basis van het Beroepsbeeld voor de leraar (Snoek et al., 2017) in kaart gebracht. Dit kader omvat vier domeinen: “het ondersteunen van het leren van leerlingen”, “het organiseren van onderwijs, “het ondersteunen van het leren van collega’s” en “het ontwikkelen van onderwijs”. Het onderzoek kent twee delen. In het eerste deel werden in totaal negentien leraren, schoolleiders en HR-medewerkers uit het po, vo en mbo geïnterviewd. De inzichten uit de interviews zijn gebruikt voor het tweede deel van het onderzoek: de bevraging van alle leraren po, vo en mbo in de regio middels een online vragenlijst. In totaal hebben 1609 leraren de vragenlijst volledig ingevuld (po: 1107, vo: 234, mbo: 358).
Uit de resultaten van de vragenlijst blijkt dat leraren po substantieel meer rollen en taken noemen dan leraren uit het vo en mbo. Zorg en administratie worden in alle sectoren gezien als extra taak, als minder passend bij hun beroep en als stressvol. Door leraren uit het po wordt daarnaast schoonmaken het vaakst genoemd als niet-passende taak bij hun beroep. Onder meer het onderhouden van contacten met stakeholders, als zorg, ouders en andere onderwijsinstellingen, wordt door leraren in het po gezien als een extra en vaak stressvolle taak. Collega’s in het vo en mbo geven tevens aan bepaalde taken als werkdrukverhogend te ervaren, maar zij noemen eerder de deelname aan allerlei commissies (vo) en/ of het afnemen van examens (mbo) als extra druk. Het ontwikkelen van onderwijs wordt in het po nadrukkelijk minder gezien als een taak van de leraar dan in de andere sectoren.
Bij de stressvolle taken ervaren leraren in alle sectoren nauwelijks ondersteuning. Volgens leraren is de oplossing meer tijd voor deze taken te krijgen. Echter, zowel parttime als fulltime werken in het onderwijs is volgens leraren een uitdaging. Parttimers voelen zich genoodzaakt op hun vrije dagen te werken, omdat het onderwijs de hele week doorgaat. Fulltimers worden uitgedaagd door de complexiteit van de werkzaamheden en de hoeveelheid taken. De ervaren werk-privébalans speelt in alle sectoren een beperkte rol. Startende leraren hebben iets minder taken dan seniorleraren, maar er is geen verschuiving gevonden in werkzaamheden over de verschillende loopbaanfases.
Wat betreft wensen in professionalisering en ondersteuning willen leraren uit het vo en mbo dat deze meer gericht zijn op “het ontwikkelen van onderwijs”, terwijl leraren in het po hier “het ondersteunen van het leren van leerlingen” noemen. Leraren in het po hebben de minste affiniteit met “het ontwikkelen van onderwijs”. Een kwart van de vo-leraren is niet op de hoogte van een scholingsaanbod binnen de eigen instelling. Leraren in alle sectoren hebben de voorkeur voor cursussen, opleidingen en informele intervisie. Opleidingen en teamtrainingen worden door de leraren gezien als het meest effectief. Leraren in het po geven aan dat ze naast meer tijd voor ontwikkeling ook behoefte hebben aan meer belangstelling en stimulans van hun leidinggevende ten aanzien van hun ontwikkeling. Dit lijkt ook deels te gelden voor het vo en mbo.
Startende leraren kiezen significant vaker voor de ontwikkeling in alle onderdelen van het beroepsbeeld ten opzichte van seniorleraren en hebben meer behoefte aan ondersteuning hierin vergeleken met seniorleraren.
De percepties ten aanzien van verdere loopbaanontwikkeling en professionaliseringsactiviteiten zijn op basis van het Beroepsbeeld voor de leraar (Snoek et al., 2017) in kaart gebracht. Dit kader omvat vier domeinen: “het ondersteunen van het leren van leerlingen”, “het organiseren van onderwijs, “het ondersteunen van het leren van collega’s” en “het ontwikkelen van onderwijs”. Het onderzoek kent twee delen. In het eerste deel werden in totaal negentien leraren, schoolleiders en HR-medewerkers uit het po, vo en mbo geïnterviewd. De inzichten uit de interviews zijn gebruikt voor het tweede deel van het onderzoek: de bevraging van alle leraren po, vo en mbo in de regio middels een online vragenlijst. In totaal hebben 1609 leraren de vragenlijst volledig ingevuld (po: 1107, vo: 234, mbo: 358).
Uit de resultaten van de vragenlijst blijkt dat leraren po substantieel meer rollen en taken noemen dan leraren uit het vo en mbo. Zorg en administratie worden in alle sectoren gezien als extra taak, als minder passend bij hun beroep en als stressvol. Door leraren uit het po wordt daarnaast schoonmaken het vaakst genoemd als niet-passende taak bij hun beroep. Onder meer het onderhouden van contacten met stakeholders, als zorg, ouders en andere onderwijsinstellingen, wordt door leraren in het po gezien als een extra en vaak stressvolle taak. Collega’s in het vo en mbo geven tevens aan bepaalde taken als werkdrukverhogend te ervaren, maar zij noemen eerder de deelname aan allerlei commissies (vo) en/ of het afnemen van examens (mbo) als extra druk. Het ontwikkelen van onderwijs wordt in het po nadrukkelijk minder gezien als een taak van de leraar dan in de andere sectoren.
Bij de stressvolle taken ervaren leraren in alle sectoren nauwelijks ondersteuning. Volgens leraren is de oplossing meer tijd voor deze taken te krijgen. Echter, zowel parttime als fulltime werken in het onderwijs is volgens leraren een uitdaging. Parttimers voelen zich genoodzaakt op hun vrije dagen te werken, omdat het onderwijs de hele week doorgaat. Fulltimers worden uitgedaagd door de complexiteit van de werkzaamheden en de hoeveelheid taken. De ervaren werk-privébalans speelt in alle sectoren een beperkte rol. Startende leraren hebben iets minder taken dan seniorleraren, maar er is geen verschuiving gevonden in werkzaamheden over de verschillende loopbaanfases.
Wat betreft wensen in professionalisering en ondersteuning willen leraren uit het vo en mbo dat deze meer gericht zijn op “het ontwikkelen van onderwijs”, terwijl leraren in het po hier “het ondersteunen van het leren van leerlingen” noemen. Leraren in het po hebben de minste affiniteit met “het ontwikkelen van onderwijs”. Een kwart van de vo-leraren is niet op de hoogte van een scholingsaanbod binnen de eigen instelling. Leraren in alle sectoren hebben de voorkeur voor cursussen, opleidingen en informele intervisie. Opleidingen en teamtrainingen worden door de leraren gezien als het meest effectief. Leraren in het po geven aan dat ze naast meer tijd voor ontwikkeling ook behoefte hebben aan meer belangstelling en stimulans van hun leidinggevende ten aanzien van hun ontwikkeling. Dit lijkt ook deels te gelden voor het vo en mbo.
Startende leraren kiezen significant vaker voor de ontwikkeling in alle onderdelen van het beroepsbeeld ten opzichte van seniorleraren en hebben meer behoefte aan ondersteuning hierin vergeleken met seniorleraren.
Key findings
Uit de resultaten van de vragenlijst blijkt dat leraren po substantieel meer rollen en taken noemen dan leraren uit het vo en mbo.
Bij de stressvolle taken ervaren leraren in alle sectoren nauwelijks ondersteuning.
Wat betreft wensen in professionalisering en ondersteuning willen leraren uit het vo en mbo dat deze meer gericht zijn op “het ontwikkelen van onderwijs”, terwijl leraren in het po hier “het ondersteunen van het leren van leerlingen” noemen.
Startende leraren kiezen significant vaker voor de ontwikkeling in alle onderdelen van het beroepsbeeld ten opzichte van seniorleraren en hebben meer behoefte aan ondersteuning hierin vergeleken met seniorleraren.
Bij de stressvolle taken ervaren leraren in alle sectoren nauwelijks ondersteuning.
Wat betreft wensen in professionalisering en ondersteuning willen leraren uit het vo en mbo dat deze meer gericht zijn op “het ontwikkelen van onderwijs”, terwijl leraren in het po hier “het ondersteunen van het leren van leerlingen” noemen.
Startende leraren kiezen significant vaker voor de ontwikkeling in alle onderdelen van het beroepsbeeld ten opzichte van seniorleraren en hebben meer behoefte aan ondersteuning hierin vergeleken met seniorleraren.
| Short title | Beroepsbeelden en ondersteuningsbehoeften leraren po, vo en mbo |
|---|---|
| Status | Finished |
| Effective start/end date | 1/08/20 → 31/12/22 |
Collaborative partners
- Landstede Groep (Project partner)
- Windesheim University of Applied Sciences (lead)
- Hogeschool KPZ (Project partner)
- Hogeschool VIAA (Project partner)
Keywords
- Beroepsbeelden
- Ondersteuningsbehoeften
- Leraren po, vo en mbo
Fingerprint
Explore the research topics touched on by this project. These labels are generated based on the underlying awards/grants. Together they form a unique fingerprint.
Activities
- 1 Conference contribution (without a publication)
-
Beroepsbeelden en ontwikkelbehoeften van leraren po, vo en mbo.
Hagedoorn, M. (Speaker), Engelsman, L. (Speaker) & Willemsen, M. (Speaker)
13 Mar 2023Activity: Talk or presentation types › Conference contribution (without a publication) › Professional