Abstract
Sarah De Mul is departementshoofd diversiteit en inclusie aan de faculteit Humane Wetenschappen van de Open Universiteit Nederland. Ze vindt dat de Amerikaanse filosofe en wetenschapshistorica Donna Haraway, zopas gelauwerd in Nederland, ons leert voorbij de grenzen te kijken die we zelf hebben opgeworpen: grenzen tussen mens en machine, natuur en cultuur.
Afgelopen week reikte de Nederlandse koning de Erasmusprijs 2025 uit aan de inmiddels 81-jarige Amerikaanse filosofe en wetenschapshistorica Donna Haraway. De jury noemt haar “een van de meest invloedrijke personen in de filosofie en de hedendaagse kunstwereld. Een onbaatzuchtige denker die strijdt voor meer gelijkwaardigheid en openheid.” De ironie ontgaat me niet: een denker die haar hele carrière machtsstructuren en menselijk superioriteitsdenken ontmantelde, wordt vandaag bekroond in het hart van de monarchie.
Onderweg naar het Koninklijk Paleis in Amsterdam denk ik terug aan de tijd dat ik Haraway voor het eerst las. Het was begin jaren 2000. We hadden de millennium bug overleefd, onze eerste mobiele telefoons waren geruststellend traag, en iedereen had een fonkelnieuw Hotmail-adres. Ik was een twintiger die overdag pendelde naar Gender Studies aan de Universiteit Utrecht en ’s avonds Nederlands gaf aan anderstaligen in Antwerpen. Nieuwe Belgen uit Oost-Europa en het Midden-Oosten leerden er zinnen bouwen voor een toekomst die we samen zouden vormgeven. Het Vlaams Blok was net veroordeeld voor racisme. De wereld leek open te liggen, een rechtvaardigere toekomst was onderweg. “Op een stille dag kan ik haar al horen ademen”, schreef Arundhati Roy, en zo voelde het.
In Utrecht kreeg mijn optimisme gestalte in de aula’s waar ik college volgde bij Rosi Braidotti, Gloria Wekker en Rosemarie Buikema. Ik vond er een nieuwe taal in de leeslijsten, onder meer in het werk van Haraway. In A Cyborg Manifesto opent zij met humor en verbeelding een wereld voorbij de tweedelingen van man/vrouw, natuur/cultuur, mens/machine. De cyborg is geen frivole fantasie maar een politieke mythe die grenzen openscheurt. Identiteit is nooit enkelvoudig, stelt Haraway. “We are not one, but many.” We maken deel uit van verstrengelde netwerken van mensen, dieren, technologieën en ecosystemen. Haar denken maakte de wereld groter en intiemer tegelijk.
Gesitueerde kennis
Haraways idee van “gesitueerde kennis” – dat kennis altijd uit een lichaam, een plaats, een geschiedenis voortkomt – is een radicale kritiek op de illusie van objectiviteit. “It matters what stories make worlds, what worlds make stories”, schrijft ze. In haar teksten weerklinkt een koor van stemmen: zwarte vrouwen, wetenschappers, honden, paddenstoelen. Ze toont dat elke waarheid een perspectief is, en dat erkennen maakt ons niet zwakker, maar eerlijker.
Met “gesitueerde kennis” ontsnapt Haraway aan de tweedeling tussen objectiviteit en relativisme: objectiviteit ziet ze als een “god trick”, de pretentie van een neutrale “view from nowhere”, terwijl relativisme alle standpunten gelijk maakt. ‘Gesitueerde kennis’ is het vermogen én de verplichting om te antwoorden binnen relaties waarvan we deel uitmaken. Kennis ontstaat door perspectieven op elkaar te laten inwerken en te erkennen van waar je spreekt.
In Staying with the Trouble (2016) gaat Haraway verder: in donkere tijden moeten we niet vluchten in technologische verlossing of cynische afstandelijkheid, maar bij de moeilijkheden blijven. Ze vraagt om verantwoordelijkheid – ‘response-ability’ – voor onze verstrengeling met menselijke en meer-dan-menselijke levensvormen. Niet schuldgevoel, maar verwantschap moet onze toekomstblik bepalen. “We zijn species onder de species”, schrijft ze. Dit besef is geen romantisch kampvuurmoment, maar een uitnodiging om aanwezig te blijven in een wereld waarin we al verstrengeld zijn: biologisch, technologisch, ecologisch, economisch. Ons gedeelde terrein is niet ideologisch, maar materieel: de lucht die we inademen, de ecosystemen die we aantasten, de afhankelijkheden waar niemand zich van kan losmaken.
Cynisme
Wanneer ik terugdenk aan de jonge, hoopvolle vrouw die Haraway voor het eerst las, word ik nostalgisch — niet naar de jaren zelf, maar naar het gevoel dat een rechtvaardiger wereld binnen handbereik lag. De cultuurcritica Svetlana Boym noemt dat reflectieve nostalgie: geen verlangen naar een verloren thuis, maar een toekomstgericht verlangen dat twijfel toelaat en mogelijkheden opent.
Dat gevoel lijkt vandaag verder weg dan ooit. Terwijl ik Haraway herlees, volg ik het nieuws: de klimaattop in Belém eindigt zonder akkoord over fossiele brandstoffen; extreemrechts wint terrein onder Spaanse jongeren; Vlaamse 17-jarigen krijgen van de overheid een brief die hun toekomst alvast in een militaire logica probeert te haken.
Maar Haraway weigert te geloven dat cynisme de enige volwassen houding is. Haar denken is speels en humorvol, maar nooit lichtzinnig. Hoop is voor haar een verantwoordelijkheid: blijven verbinden, ook wanneer de wereld ons in kampentaal en angst regeert, en ons ook blijven herinneren aan onze radicale verwantschap met alle levensvormen op deze geblutste aardbol. We delen ons lot met honden, bacteriën, algoritmes, satellieten en drones. We zijn nooit alleen geweest.
Hoop als keuze
Terwijl ik naar het paleis wandel, besef ik dat zelfs in tijden van opgepompt oorlogsjargon, polarisatie en vervreemding een koppige vorm van speelse subversie mogelijk blijft: in de weigering om het verbeeldingsvermogen te laten begrenzen, in de keuze om complexiteit niet te vrezen, in de poging een robuuster begrip van gedeeldheid te ontwikkelen – een dat niet afhangt van homogeniteit, maar van relationele verantwoordelijkheid. Dat is minder een fundament dan een weefsel, maar wel een weefsel waaraan iedereen mee kan bouwen.
En terwijl ik de trappen van het paleis op loop, hoor ik de stem van Donna Haraway weer, bulderend van het lachen:
“I would rather be a cyborg than a goddess.”
Afgelopen week reikte de Nederlandse koning de Erasmusprijs 2025 uit aan de inmiddels 81-jarige Amerikaanse filosofe en wetenschapshistorica Donna Haraway. De jury noemt haar “een van de meest invloedrijke personen in de filosofie en de hedendaagse kunstwereld. Een onbaatzuchtige denker die strijdt voor meer gelijkwaardigheid en openheid.” De ironie ontgaat me niet: een denker die haar hele carrière machtsstructuren en menselijk superioriteitsdenken ontmantelde, wordt vandaag bekroond in het hart van de monarchie.
Onderweg naar het Koninklijk Paleis in Amsterdam denk ik terug aan de tijd dat ik Haraway voor het eerst las. Het was begin jaren 2000. We hadden de millennium bug overleefd, onze eerste mobiele telefoons waren geruststellend traag, en iedereen had een fonkelnieuw Hotmail-adres. Ik was een twintiger die overdag pendelde naar Gender Studies aan de Universiteit Utrecht en ’s avonds Nederlands gaf aan anderstaligen in Antwerpen. Nieuwe Belgen uit Oost-Europa en het Midden-Oosten leerden er zinnen bouwen voor een toekomst die we samen zouden vormgeven. Het Vlaams Blok was net veroordeeld voor racisme. De wereld leek open te liggen, een rechtvaardigere toekomst was onderweg. “Op een stille dag kan ik haar al horen ademen”, schreef Arundhati Roy, en zo voelde het.
In Utrecht kreeg mijn optimisme gestalte in de aula’s waar ik college volgde bij Rosi Braidotti, Gloria Wekker en Rosemarie Buikema. Ik vond er een nieuwe taal in de leeslijsten, onder meer in het werk van Haraway. In A Cyborg Manifesto opent zij met humor en verbeelding een wereld voorbij de tweedelingen van man/vrouw, natuur/cultuur, mens/machine. De cyborg is geen frivole fantasie maar een politieke mythe die grenzen openscheurt. Identiteit is nooit enkelvoudig, stelt Haraway. “We are not one, but many.” We maken deel uit van verstrengelde netwerken van mensen, dieren, technologieën en ecosystemen. Haar denken maakte de wereld groter en intiemer tegelijk.
Gesitueerde kennis
Haraways idee van “gesitueerde kennis” – dat kennis altijd uit een lichaam, een plaats, een geschiedenis voortkomt – is een radicale kritiek op de illusie van objectiviteit. “It matters what stories make worlds, what worlds make stories”, schrijft ze. In haar teksten weerklinkt een koor van stemmen: zwarte vrouwen, wetenschappers, honden, paddenstoelen. Ze toont dat elke waarheid een perspectief is, en dat erkennen maakt ons niet zwakker, maar eerlijker.
Met “gesitueerde kennis” ontsnapt Haraway aan de tweedeling tussen objectiviteit en relativisme: objectiviteit ziet ze als een “god trick”, de pretentie van een neutrale “view from nowhere”, terwijl relativisme alle standpunten gelijk maakt. ‘Gesitueerde kennis’ is het vermogen én de verplichting om te antwoorden binnen relaties waarvan we deel uitmaken. Kennis ontstaat door perspectieven op elkaar te laten inwerken en te erkennen van waar je spreekt.
In Staying with the Trouble (2016) gaat Haraway verder: in donkere tijden moeten we niet vluchten in technologische verlossing of cynische afstandelijkheid, maar bij de moeilijkheden blijven. Ze vraagt om verantwoordelijkheid – ‘response-ability’ – voor onze verstrengeling met menselijke en meer-dan-menselijke levensvormen. Niet schuldgevoel, maar verwantschap moet onze toekomstblik bepalen. “We zijn species onder de species”, schrijft ze. Dit besef is geen romantisch kampvuurmoment, maar een uitnodiging om aanwezig te blijven in een wereld waarin we al verstrengeld zijn: biologisch, technologisch, ecologisch, economisch. Ons gedeelde terrein is niet ideologisch, maar materieel: de lucht die we inademen, de ecosystemen die we aantasten, de afhankelijkheden waar niemand zich van kan losmaken.
Cynisme
Wanneer ik terugdenk aan de jonge, hoopvolle vrouw die Haraway voor het eerst las, word ik nostalgisch — niet naar de jaren zelf, maar naar het gevoel dat een rechtvaardiger wereld binnen handbereik lag. De cultuurcritica Svetlana Boym noemt dat reflectieve nostalgie: geen verlangen naar een verloren thuis, maar een toekomstgericht verlangen dat twijfel toelaat en mogelijkheden opent.
Dat gevoel lijkt vandaag verder weg dan ooit. Terwijl ik Haraway herlees, volg ik het nieuws: de klimaattop in Belém eindigt zonder akkoord over fossiele brandstoffen; extreemrechts wint terrein onder Spaanse jongeren; Vlaamse 17-jarigen krijgen van de overheid een brief die hun toekomst alvast in een militaire logica probeert te haken.
Maar Haraway weigert te geloven dat cynisme de enige volwassen houding is. Haar denken is speels en humorvol, maar nooit lichtzinnig. Hoop is voor haar een verantwoordelijkheid: blijven verbinden, ook wanneer de wereld ons in kampentaal en angst regeert, en ons ook blijven herinneren aan onze radicale verwantschap met alle levensvormen op deze geblutste aardbol. We delen ons lot met honden, bacteriën, algoritmes, satellieten en drones. We zijn nooit alleen geweest.
Hoop als keuze
Terwijl ik naar het paleis wandel, besef ik dat zelfs in tijden van opgepompt oorlogsjargon, polarisatie en vervreemding een koppige vorm van speelse subversie mogelijk blijft: in de weigering om het verbeeldingsvermogen te laten begrenzen, in de keuze om complexiteit niet te vrezen, in de poging een robuuster begrip van gedeeldheid te ontwikkelen – een dat niet afhangt van homogeniteit, maar van relationele verantwoordelijkheid. Dat is minder een fundament dan een weefsel, maar wel een weefsel waaraan iedereen mee kan bouwen.
En terwijl ik de trappen van het paleis op loop, hoor ik de stem van Donna Haraway weer, bulderend van het lachen:
“I would rather be a cyborg than a goddess.”
| Translated title of the contribution | The Future of nostalga: Ode to the days when I read Donna Haraway for the first time |
|---|---|
| Original language | Dutch |
| Number of pages | 12 |
| Journal | De Morgen |
| Publication status | Published - 1 Dec 2025 |
Keywords
- environmentalism, feminism, philosophy
Sectorplan keywords OU
- CW Cultural heritage and identity (sectorplan)