Abstract
In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de uitspraak van het HvJEU in de zaak C-375/15 (BAWAG). Aan het Hof was verzocht om in het licht van de uit de betaaldienstenrichtlijn (richtlijn 2007/64/EG) voortvloeiende informatieverplichtingen een antwoord te geven op twee prejudiciële vragen, welke als volgt kunnen worden geformuleerd: vormt de informatie in een e-bankingmailbox die een onderdeel vormt van een e-bankingwebsite informatie op een ‘duurzame drager’, en wordt die informatie dan ‘verstrekt’ door de bank (en niet louter ‘ter beschikking gesteld’)? De beantwoording van deze vragen door het HvJ EU staat centraal in deze bijdrage. Ook zal aan de orde komen wat de betekenis van onderhavig uitspraak is voor de praktijk van e-banking en elektronisch verzekeren.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 172-176 |
| Number of pages | 5 |
| Journal | Nederlands Tijdschrift voor Handelsrecht |
| Volume | 2017 |
| Issue number | 4 |
| Publication status | Published - Aug 2017 |
Keywords
- e-banking, elektronisch verzekeren, elektronische handel, informatieplichten, algemene voorwaarden
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver