Het bewijs van excepties

W.H.B. Dreissen*

*Corresponding author for this work

Research output: Contribution to journalArticlepeer-review

Abstract

In deze bijdrage wordt betoogd dat de stelling dat het bewijs van excepties een lagere bewijsdrempel niet juist is. De strafrechter geeft een oordeel over het bewijs van het tenlastegelegde én over de strafbaarheid van feit en dader. Voor elk van die oordelen geldt de eis dat de feiten buiten redelijke twijfel moeten vaststaan. Er is in die zin geen onderscheid tussen de eerste vraag zoals genoemd in artikel 350 Sv en de tweede en derde vraag die in die bepaling genoemd worden. Wel wijkt de wijze waarop de rechter tot zijn oordeel over de strafbaarheid komt af van de wijze waarop hij meestal tot het bewijsoordeel komt.
Original languageDutch
Pages (from-to)232-238
Number of pages7
JournalBoom Strafblad
Volume2020
Issue number4
DOIs
Publication statusPublished - Oct 2020

Cite this