“Aansprakelijkheid voor rechtmatig overheidshandelen”

Translated title of the thesis: “Liability for lawful government actions”
  • M. Booyink

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

De probleemstelling van het uitgevoerde onderzoek was om te onderzoeken waar het juridisch omslagpunt lag bij de vraag wanneer de overheid aansprakelijk zou zijn voor geleden schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen dan wel de geleden schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen binnen het maatschappelijk risico zou vallen van de schadelijdende burgers en/of ondernemers. IJkpunt van het onderzoek was het door de Hoge Raad in Staat/Lavrijsen van toepassing verklaren van het égalitébeginsel als grondslag voor verkrijging van vergoeding van geleden schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen.
Na het arrest Staat/Lavrijsen heeft de Hoge Raad nog een aantal arresten gewezen waarin het égalitébeginsel als grondslag diende voor de aansprakelijkstelling van de overheid. Na een analyse van de belangrijkste, van toepassing zijnde arresten zijn diverse gezichtspunten geformuleerd aan de hand waarvan in beginsel een inschatting kan worden gemaakt of aan alle vereisten wordt voldaan om voor verkrijging van een vergoeding voor geleden schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen in aanmerking te komen. Kort gezegd zijn de volgende gezichtspunten bepaald: er moet (i) sprake zijn van rechtmatig overheidshandelen en tevens moet (ii) de geleden schade als gevolg van het rechtmatig overheidshandelen buiten het normaal maatschappelijk risico of buiten het normale bedrijfsrisico vallen. Of geleden schade onder het normale bedrijfs- of maatschappelijk risico valt is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval waarbij van belang is (a) de aard van de overheidshandeling, (b) het gewicht van het dienende belang van de overheidshandeling (c) de voorzienbaarheid van die handeling en (d) de aard en de omvang
van de toegebrachte schade moet zijn aan te merken als een speciale en abnormale last. Uit de analyse van de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het égalitébeginsel in Nederland inmiddels de belangrijkste en meest uitgekristalliseerde grondslag is voor een eventuele vergoeding van geleden schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen.
Uit analyse van de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgt dat op Europees niveau vrijwel dezelfde criteria worden gehanteerd als de Hoge Raad in Nederland doet. Het niet hebben van een speciale en abnormale last zorgt er tot nu toe in de praktijk voor dat de Europese Unie niet aansprakelijk is voor geleden schade als gevolg rechtmatig Europees overheidshandelen. In Nederland zijn de gezichtspunten (c) voorzienbaarheid van de handeling en (d) aard en omvang van de toegebrachte schade gelijk te stellen met de Europees gehanteerde criteria van het hebben van een speciale en abnormale last.
Vanuit zowel Europees als Nederlands perspectief bezien zal van een speciale last niet snel sprake zijn. Dit als gevolg van het feit dat rechtmatig genomen overheidshandelingen een algemeen belang dienen die in beginsel gekoppeld zijn aan een bepaalde groep en schade brengen aan die groep. Om die reden zijn de handelingen voorzienbaar en bewust genomen waardoor de schade niet als “speciaal” is aan te merken. Van een abnormale last zal eveneens niet snel sprake zijn. In Nederland is van een abnormale last pas sprake wanneer een burger en/of ondernemer zich er in beginsel succesvol op zal kunnen beroepen dat hij of zij de verandering niet kon voorzien. Eveneens mag de geleden schade niet het gevolg zijn van de inherente risico’s aan het ondernemerschap of deelname aan de maatschappij. Deze twee criteria zijn communicerende vaten in de zin dat in het geval een overheidshandeling waaruit schade voortvloeit niet kan worden voorzien, dit nog altijd kan betekenen dat niettemin de schade voor rekening van de burgers en/of ondernemers zelf blijft omdat deze schade nu eenmaal behoort tot het maatschappelijk risico of tot het ondernemersrisico en om die reden niet als onevenredig valt aan te merken. De onevenredigheid wordt hierbij bepaald door de schade van de getroffen burger en/of ondernemer te vergelijken met andere getroffen burgers en/of ondernemers die door de betreffende overheidshandeling inherente en gelijksoortige schade hebben geleden. In het geval dat de omvang van de schade ten opzichte van de getroffenen onder elkaar als onevenredig valt aan te merken, dient de overheid de geleden schade als gevolg van rechtmatige overheidshandeling te vergoeden. In dat geval is de geleden schade namelijk als een abnormale last binnen een speciale groep aan te merken en valt de gelden schade niet onder het maatschappelijk risico of onder het bedrijfsrisico.
Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de overheid aansprakelijk is voor geleden schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen indien aan de volgende vereisten is voldaan: de schade mag niet onder het maatschappelijk risico vallen alsmede mag het ontstaan van de schade niet te voorzien zijn geweest. De geleden schade moet daarnaast als onevenredig zijn aan te merken: oftewel abnormaal en speciaal. Indien aan deze vereisten is voldaan dan komt de geleden schade op grond van het égalitébeginsel voor vergoeding in aanmerking.
Date of Award9 Mar 2021
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Department of Private Law
SupervisorJasper Ebbinga (Supervisor) & Jacobus Rinkes (Examiner)

Keywords

  • rechtmatig
  • onrechtmatig
  • overheidshandelen
  • Égalitébeginsel
  • schadevergoeding
  • jurisprudentie

Cite this

'