Analyse van de juridische grondslag en problematiek aangaande de bestrijding van piraterij door Somalische piraten anno 2013

  • R.M. Folkers

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

De romantiek van piraterij zoals deze wellicht tot de verbeelding spreekt komt niet overeen met de hedendaagse manifestatie van het aloude fenomeen in de eenentwintigste eeuw. Hoewel in essentie het doel van piraten de tand des tijd goed heeft doorstaan zijn de internationale economische belangen en juridische dimensie aanzienlijk veranderd. Hoewel piraterij nooit geheel is verdwenen, steekt piraterij de afgelopen jaren in de internationale wateren hardnekkig zijn kop weer op. De internationale zeescheepvaart wordt in toenemende mate bedreigd door piraten die schepen aanvallen en dan vooral in het gebied voor de kusten van Somaliƫ en rond de Golf van Aden als zeeroute richting het Suezkanaal. Er valt hier sinds 2008 een concentratie van piraterijactiviteit waar te nemen, waarbij de directe en indirecte economische schade wordt geschat op miljarden dollars per jaar. De piketpalen en fundamenten van het internationale (gewoonte)recht en juridisch regime aangaande zeepiraterij vinden hun neerslag in het recht van de zee zoals overeengekomen in het United Nations Convention on Law of the Sea 1982 (VN Zeerechtverdrag; hierna UNCLOS) en in de relevante nationale strafbepalingen. Artikel 381 Sr, een van de oudste artikelen van het Nederlands Wetboek van Strafrecht, zorgt ervoor dat piraterij onder ons nationaal recht strafbaar is gesteld. Opmerkelijk is echter dat pas recent de allereerste veroordelingen plaats hebben gevonden van Somalische piraten op grond van dit artikel. Het Wetboek van Strafrecht en het internationale recht voorzien in een grondslag voor bestraffing van piraterij buiten de nationale rechtsmacht: het universaliteitsbeginsel. Dit ligt besloten in artikel 105 UNCLOS en in artikel 4 lid 5 Sr. Piraterij wordt door de internationale gemeenschap gezien als een misdrijf waarbij het universaliteitsbeginsel het mogelijk maakt voor alle staten om op te kunnen treden. Maar werkt dit zo in de praktijk? Het universaliteitsbeginsel zoals verwoord in het UNCLOS en ons nationale rechtssysteem biedt op zichzelf geen rechtsgrond voor bestrijding van piraterij in de territoriale wateren van staten, maar juist alleen voor bestrijding van piraterij op volle zee buiten de rechtsmacht van een staat. Binnen de territoriale wateren blijft een kuststaat onverminderd zelfstandig over rechtsmacht beschikken.
Date of Award14 Jun 2014
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Department Criminal law and International and European Law
SupervisorJan Willem Sap (Examinator)

Cite this

Analyse van de juridische grondslag en problematiek aangaande de bestrijding van piraterij door Somalische piraten anno 2013
Folkers, R. M. (Author). 14 Jun 2014

Student thesis: Master's Thesis