De aankoop van een paard door een consument: mag men een gekocht paard wel gedurende zes maanden in de mond kijken?

  • M.A.E. Braakman

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

Wanneer kan een consument bij de aankoop van een paard een beroep doen op het wettelijk vermoeden van artikel 7:18 lid 2 BW en wanneer verzet de aard van de zaak of de aard van het gebrek zich hiertegen? Om die vraag te beantwoorden zijn de bedoelingen van de Europese wetgever onderzocht. Daarna is bezien hoe de Nederlandse wetgever de richtlijnbepaling heeft geïmplementeerd en hoe de Nederlandse rechter deze uitlegt. Ter vergelijking is hetzelfde onderzoek gedaan in Duitsland en België. De conclusie is dat een paard niet naar de aard van de zaak kan worden uitgezonderd van het wettelijk vermoeden. Niet alleen de Europese wetgever heeft dit zo bedoeld, maar ook de wetgevers en de rechters in Nederland, Duitsland en België zijn het hier over eens. Over de invulling van de aard van het gebrek bestaat geen overeenstemming. Ik pleit ervoor om de gebreken op te delen in drie categorieën, te weten: feitelijke gebreken, karaktergebreken en gezondheidsgebreken. Zowel feitelijke gebreken als gezondheidsgebreken vallen onder de toepassing van het wettelijk vermoeden. Karaktergebreken dienen naar de aard van het gebrek uitgezonderd te worden van de toepassing van het wettelijk vermoeden.
Date of Award10 May 2017
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Department Private law
SupervisorG.J. Rijken (Supervisor) & Jacobus Rinkes (Examinator)

Cite this

De aankoop van een paard door een consument: mag men een gekocht paard wel gedurende zes maanden in de mond kijken?
Braakman, M. A. E. (Author). 10 May 2017

Student thesis: Master's Thesis