De grenzen van het verschoningsrecht voor advocaten in het Nederlands strafprocesrecht getoetst aan artikel 8 EVRM
: Een rechtswetenschappelijk onderzoek naar de grenzen van het verschoningsrecht voor advocaten in het Nederlands strafproces in het licht van artikel 8 EVRM

  • K. de Leur

    Student thesis: Master's Thesis

    Abstract

    Wanneer het gaat om de bevoegdheid van verschoningsrecht voor advocaten, zoals bedoeld in artikel 218 Sv wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen meer of minder vertrouwelijke gegevens. Ook wordt geen onderscheid gemaakt of deze vertrouwelijke communicatie geschiedt in het kader van advies of in het kader van een juridisch proces. Nederland geeft daarmee een ruime bescherming aan het verschoningsrecht van een advocaat wat in overeenstemming is met de benadering van het EHRM. Met betrekking tot de beperkingen zoals bedoeld in artikel 98 lid 5 Sv en in zeer uitzonderlijke omstandigheden, voldoen deze regelingen aan het beoordelingskader van artikel 8 lid 2 EVRM. Echter, het beoordelingskader tot doorbreking van verschoningsrecht (in zeer uitzonderlijke omstandigheden) lijkt in Nederland strenger dan het beoordelingskader tot doorbreking van verschoningsrecht (in bijzondere omstandigheden) voortvloeiende uit artikel 8 EVRM volgens het EHRM. In tegenstelling tot een redelijke grond dat de vertrouwensrelatie wordt misbruikt is in Nederland het enkele feit dat een advocaat wordt verdacht van een ernstig feit onvoldoende om het verschoningsrecht te doorbreken.
    Date of Award29 Sep 2017
    Original languageDutch
    SupervisorMarelle Attinger (Supervisor) & Wilma Dreissen (Examiner)

    Master's Degree

    • Master Rechtsgeleerdheid

    Cite this

    '