De kwalificatie van de arbeidsrelatie in het geval van platformarbeid

Translated title of the thesis: The characterisation of the working relationship in case of gig economy employment
  • C.A. van Dorst-Keijl

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

De platformeconomie groeit. Door het gebruik van technologie, data en algoritmes verandert regulier werk en schakelen bedrijven, zoals Deliveroo en Helpling, zzp’ers in om de afgebakende taken uit te voeren. Het arbeidsrecht is grotendeels dwingendrechtelijk van aard en er is pas sprake van een overeenkomst van opdracht indien er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het onderscheid is niet altijd scherp daardoor komt schijnzelfstandigheid regelmatig voor. Door de ‘holistische weging’ waarbij ook andere criteria dan de elementen zoals genoemd in 7:610 BW een rol spelen bij de kwalificatie van de arbeidsrelatie, zoals de partijbedoeling, de maatschappelijke positie van partijen, het persoonlijk verrichten van de arbeid maar ook ondernemerschap en de rol van de feitelijke uitvoering van de overeenkomst staat de rechtszekerheid onder druk. In het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ is een pakket van maatregelen voorgesteld dat ervoor moet zorgen dat zzp’ers de ruimte krijgen om te ondernemen terwijl schijnzelfstandigheid wordt aangepakt. Een van de maatregelen, de verduidelijking van het gezagscriterium is inmiddels geïmplementeerd, de webmodule die door middel van een vragenmodel aangeeft of er al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst bevindt zich nu in de pilotfase. Voor beide maatregelen geldt dat zij meer duidelijkheid geven maar niet leiden tot meer rechtszekerheid. De arbeidsrelatie tussen platform en werker vertoont doorgaans zowel kenmerken van de overeenkomst van opdracht als van de arbeidsovereenkomst bovendien zijn de bedrijfsmodellen van de platformen verschillend juist daarom zijn de definitie van art. 7:610 BW, de open normen van het arbeidsrecht alsmede de ‘wezen voor schijn’ benadering geschikt om de nieuwe elementen van platformarbeid te duiden. Daarbij speelt ook een rol dat het aannemelijk is dat de ‘partijbedoeling’ op grond van het recente IOAW arrest minder bepalend zal worden alsmede het feit dat er meer aandacht lijkt te komen voor fictieve clausules en het uitoefenen van gezag op afstand. Door een opdrachtnemersverklaring onderdeel te laten zijn van de vragenlijst in de webmodule zou een zzp’er aan kunnen tonen dat hij verschillende opdrachtgevers heeft. Op deze manier wordt de zzp’er die daadwerkelijk ondernemer is gefaciliteerd terwijl schijnzelfstandigheid verder wordt beperkt.

Date of Award3 Mar 2021
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Department of Private Law
SupervisorTon Lamers (Supervisor) & Jacobus Rinkes (Examiner)

Keywords

  • platformarbied
  • zzp'er
  • schijnzelfstandigheid
  • gezagscriterium
  • webmodule
  • opdrachtgeversverklaring

Cite this

'