De pragmatische kwaliteit van procesmodellen gebaseerd op het BPMIMA-framework

  • F. (Floyd) de Beauvesier Watson

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

Met een groeiende complexiteit van processen en systemen in organisaties wordt het kwalitatief modelleren van bedrijfsprocessen steeds maar weer een belangrijker onderwerp. Het ontwerpen van kwalitatief goede procesmodellen wordt hierdoor echter een steeds grotere uitdaging. Er zijn dan ook meerdere perspectieven waarop kwaliteit binnen procesmodelleren kan worden beoordeeld.

Een van de kwaliteitsdomeinen binnen procesmodelleren is pragmatische kwaliteit. Pragmatische kwaliteit definieert de bruikbaarheid van een procesmodel en de mate van begrijpelijkheid van het model voor eindgebruikers. Maar hoe wordt bepaald of een procesmodel voldoet aan de kwaliteitsnormen van pragmatische kwaliteit? Het inzichtelijk maken van pragmatische kwaliteit is één van de domeinen waar veel onderzoek naar is gedaan. Dit heeft geleid tot meerdere structurele metrieken, zoals ‘Size’ en ‘Number of Gateways’. Door onderzoek te doen naar het gebruik van deze metrieken zijn frameworks opgesteld, waardoor procesmodellen kunnen worden beoordeeld. Het beoordelen van de procesmodellen gebeurt aan de hand van deze metrieken, door het toepassen van drempelwaardes en classificaties. Hierbij wordt een spreekwoordelijk alarm afgegeven, op het moment dat de (pragmatische) kwaliteit van een procesmodel te laag is. Eén van de frameworks is het BPMIMA framework. Dit framework focust zich op het meten van begrijpelijkheid en het verbeteren en herontwerpen van procesmodellen.

Er is echter een gebrek aan empirische validatie in pragmatische kwaliteit en het meetbaar maken hiervan via drempelwaardes en classificaties. Dit onderzoek heeft de focus gelegd op het meten van procesmodellen uit de praktijk en het valideren van de classificaties van pragmatische kwaliteit in het BPMIMA framework, om zo de nodige empirische validatie toe te voegen. Aan de hand van 20 verzamelde metrieken van pragmatische kwaliteit, zijn 40 modellen uit de praktijk gemeten met behulp van het framework en de bijbehorende drempelwaardes. Het framework meet (praktijk)modellen en metrieken in classificaties van ‘zeer makkelijk te begrijpen’ tot ‘zeer moeilijk te begrijpen’, met drie tussenliggende classificaties.

Uit het onderzoek is gebleken dat de gemiddeldes van de praktijkmodellen vooral in twee classificaties scoren, ‘makkelijk-’ tot ‘gemiddeld te begrijpen’. Een aantal metrieken hebben meer variatie aangetoond, zoals 14. Sequentiality en 20. Gateway Heterogeneity. De metrieken 17. Token Splits en 19. Gateway Mismatch tonen überhaupt geen verschillen in de classificatiescores en scoren allen de classificatie van ‘makkelijk te begrijpen’. Wat verder opvalt is dat alle modellen voor metriek 4. Density niet lager scoren dan de categorie ‘moeilijk te begrijpen’. Door vervolgens een gemiddelde van de procesmodellen te berekenen, is gebleken dat géén van de modellen een score van ‘moeilijk-‘ of ‘zeer moeilijk te begrijpen’ heeft.

Om de theoretische metingen en classificaties van de praktijkmodellen empirisch te valideren, zijn een aantal modellen geselecteerd om te toetsen met professionals. Hierbij is onderzocht in welke mate zij het eens zijn met de theoretische classificatiescore. Hieruit is gebleken dat de classificaties uit de theorie overeenkomen met de praktijk. Zo is er gevraagd een aantal geselecteerde procesmodellen op volgorde te leggen van ‘makkelijk’ naar ‘moeilijk te begrijpen’. Hieruit is gebleken dat alle deelnemers vrijwel dezelfde keuzes qua begrijpelijkheidsscore hanteren als de onderlinge classificaties in de theorie. Tevens is er gekeken of er relaties kunnen worden gevonden in de individuele metrieken en de motivaties in de beoordeling van metrieken door de professionals. Ook hier is gebleken dat individuele metrieken, zoals 2. Size en 14. Sequentiality, overeenkomsten tonen met de theoretische scores.

De classificaties worden in de praktijk gevalideerd door de professionals en weerspiegelen de theoretische scores uit fase 1. Hiermee worden de classificaties in relatie tot de pragmatische kwaliteit als valide beschouwd.

Dit onderzoek is opgebouwd uit een theoretisch kader, waarin onderzoek is gedaan naar de metrieken die onderdeel zijn van pragmatische kwaliteit en de bijbehorende classificaties, drempelwaardes van een framework. Vervolgens is een methodologisch ontwerp opgesteld waarin het onderzoeksontwerp wordt toegelicht. Daarna volgen de resultaten die voort zijn gekomen uit het onderzoek en wordt afgesloten met de conclusie, reflectie, aanbevelingen voor de praktijk en verder onderzoek.
Date of Award12 Aug 2020
Original languageDutch
SupervisorIrene Vanderfeesten (Examinator) & Guy Janssens (Co-assessor)

Keywords

  • Procesmodelleren
  • BPMN
  • Pragmatische kwaliteit
  • Begrijpelijkheid
  • Metrieken
  • Meten

Cite this

'