De virtuele lokpuber

  • R. Mechelinck

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

Met de aankomende wetswijziging zal de lokpuber een wettelijke grondslag krijgen in artikel 248e WvSr en kan het lokmiddel worden ingezet. In de literatuur wordt bij de inzet van dit lokmiddel gewezen op het instigatieverbod, wat voortvloeit uit artikel 6 EVRM. Men mag niet iemand aanzetten tot het plegen van strafbare feiten zonder dat diens intentie daar op is gericht. Inzet van de lokpuber betekent mogelijk een overtreding op artikel 6 EVRM.
Het EHRM heeft in de uitspraak Bannikova vs. Rusland de voorwaarden genoemd die de inzet van een lokmiddel toestaan. Een belangrijke voorwaarde is dat inzet van een lokmiddel moet zijn omkleed met voldoende procedurele waarborgen. Tevens dient er sprake te zijn van een concrete verdenking.
Aan deze beide voorwaarden wordt niet voldaan. De lokpuber zal na de wetswijziging zijn geregeld in artikel 248e WvSr, en voor het overige in de algemene taakstellende bepaling van artikel 3 Pw en 141 en 142 WvSv. Dit zijn niet de waarborgen die het EHRM heeft bedoeld. Tevens zal de lokpuber worden ingezet zonder concrete verdenking.
De inzet van de lokpuber, zoals het mogelijk zal zijn na de wetswijziging, lijkt dus in strijd met artikel 6 EVRM.
Date of Award14 Feb 2019
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Department Criminal law and International and European Law
SupervisorMandy de Bruijn (Supervisor) & Sven Brinkhoff (Examinator)

Keywords

  • lokpuber
  • 6 EVRM
  • instigatieverbod
  • wet computercriminaliteit III
  • grooming
  • Bannikova vs. Rusland

Cite this

De virtuele lokpuber
Mechelinck, R. (Author). 14 Feb 2019

Student thesis: Master's Thesis