De Virtuele Lokpuber
: Is bij de inzet van de lokpuber met betrekking tot grooming op grond van artikel 248e WvSr sprake van uitlokking of gerechtvaardigde opsporing?

Translated title of the thesis: Virtual decoy minor: Is the use of a decoy child (or minor) in regards to grooming considered incitement or justified tracing (of investigation) pursuant to article 248e of the Dutch Code of Criminal Law?
  • N.R. Estrada

    Student thesis: Master's Thesis

    Abstract

    In de media komen rechtszaken van seksueel misbruik bij kinderen steeds vaker voor. De Europese Unie heeft met haar lidstaten in het Verdrag van Lanzarote bepaald dat zij zich dienen in te spannen om seksueel misbruik van kinderen tegen te gaan. Nederland heeft naar aanleiding van dit verdrag het strafbare feit grooming op grond van artikel 248e Wetboek van strafrecht in het leven geroepen. Het opsporen van grooming geschied voornamelijk door de inzet van de lokpuber. De lokpuber is een agent die zich online voordoet als minderjarige. In het oude wetsartikel van artikel 248e WvSr is deze specifieke vorm van opsporing niet opgenomen. In het vernieuwde artikel is het ‘door een volwassen als een minderjarige voordoen’ wel opgenomen. De aanpassing zorgt echter voor veel commotie. Als een volwassene agent zich namelijk als minderjarige voordoet is dan nog wel sprake van grooming? Bij grooming gaat het namelijk om een volwassene die een minderjarige online benaderd om ontuchtige handelingen mee te plegen. Als de ‘minderjarige’ (de agent) door een volwassene wordt gegroomd, kan eigenlijk geen sprake van grooming zijn. Daarnaast ligt het opsporen van grooming met behulp van de lokpuber aan de grens van uitlokken.
    In dit onderzoek is aan de hand van literatuur en jurisprudentie nagegaan of de inzet van lokpuber bij het opsporen naar kindermisbruikers resulteert in uitlokking of gerechtvaardigde opsporing. Hiervoor zijn eerst de termen lokpuber en grooming uitgelicht. Daarnaast is artikel 6 EVRM (het recht op een eerlijk proces) nader toegelicht. Als er sprake is van uitlokking dan kan ook sprake zijn van schending van het eerlijk proces op grond van artikel 6 EVRM. Vervolgens is ingegaan op het Europese toetsingskader (materiële en formele toets) en het Nederlandse criterium (Tallon-criterium) op het uitlokverbod. Tot slot is de inzet van de lokpuber getoetst aan artikel 6 EVRM om te kunnen concluderen of sprake is van uitlokking of gerechtvaardigde opsporing met de inzet van de lokpuber bij de opsporing van grooming.
    Date of Award18 Jun 2021
    Original languageDutch
    SupervisorSophie Naber (Supervisor) & Sven Brinkhoff (Examiner)

    Keywords

    • lokpuber
    • grooming
    • seksueel misbruik
    • uitlokking
    • opsporing en eerlijk proces

    Cite this

    '