Derdenwerking van exoneratiebedingen bij samenhangende rechtsverhoudingen

  • F.A. de Bruijn

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

Een grondbeginsel van het contractenrecht is het relativiteitsbeginsel. Desondanks zijn in de jurisprudentie aanknopingspunten ontwikkeld waarin rechtsfeiten in contractuele sfeer onrechtmatig kunnen zijn jegens derden, alsook omstandigheden waarin derden exoneratiebedingen uit contracten waarbij zij geen partij zijn tegen zich moeten laten gelden. In hoeverre de aanknopingspunten in deze twee gevalstypen van samenhangende rechtsverhoudingen samenvallen, zodat een derde die schade vordert op grond van een onrechtmatig rechtsfeit als vanzelf een contractueel exoneratiebeding tegen zich moet laten gelden, is de vraag. Hoewel de aanknopingspunten in beide gevallen overeenkomsten hebben, kan de vraag vanuit de huidige jurisprudentie niet bevestigend beantwoord worden. Wordt echter de theorie van contractengroepen aangehaald, dan blijkt dat de in de literatuur ontwikkelde criteria tot opname in een dergelijke groep daar wel bruikbaar voor kunnen zijn. Als sprake is van een spil onder partijen en derden, een gemeenschappelijke oorzaak voor de contracten en een gemeenschappelijk economisch doel, dan biedt dat een theoretisch kader om uit te gaan van mogelijke automatische derdenwerking van exoneratiebedingen volgend op een onrechtmatigheid van een rechtsfeit binnen de contractssfeer.
Date of Award4 Jun 2019
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Department Private law
SupervisorTon Lamers (Supervisor) & Anka Ernes (Examinator)

Keywords

  • contractenrecht
  • samenhangende rechtsverhoudingen
  • derderwerking
  • relativiteit van contractswerking
  • onrechtmatige daad
  • contractengroepen

Cite this

Derdenwerking van exoneratiebedingen bij samenhangende rechtsverhoudingen
de Bruijn, F. A. (Author). 4 Jun 2019

Student thesis: Master's Thesis