Juryrechtspraak versus beroepsrechter

: Een rechtsvergelijkend onderzoek van Nederland, België en de Verenigde Staten

  • J. Boonaerts

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

Geïnspireerd door de rechtszaken waarin sprake was van een rechterlijke dwaling, zoals de Puttense zwagers en de Schiedammer parkmoord, alsook door mijn fascinatie voor juryrechtspraak, ben ik op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag of juryrechtspraak een positieve invloed heeft op de materiële waarheidsvinding. Ik heb uiteindelijk de keuze gemaakt voor rechtsvergelijkend onderzoek te verrichten inzake de landen Nederland, België en de Verenigde Staten. Ik heb voor België gekozen omdat ik mij wou verdiepen in het Belgische bewijsrecht alsook de werking van het Hof van Assisen. Tevens vormt het heersende systeem in België, meer bepaald: de mogelijkheid om zowel berechting door een correctionele rechtbank alsook berechting door het Hof van Assisen te bekomen, een belangrijke bijdrage aan dit onderzoek. De Verenigde Staten vond ik essentieel om te betrekken bij het onderzoek aangezien daar een ‘jury trial’ het uitgangspunt is; dit recht wordt immers gegarandeerd in de United States Constitution.
Mijn onderzoek vangt aan met een bespreking van het begrip ‘waarheid’. Wat is ‘de waarheid’? Bestaat ‘de waarheid’? Het begrip ‘waarheid’ kan besproken worden in wetenschappelijk-filosofisch perspectief en in strafrechtelijk perspectief. Bestudering van de theorieën die heersen in het filosofisch wetenschappelijk gebied kan uitkomst bieden bij bepaling van het begrip van de materiële waarheid op strafrechtelijk gebied. Het vaststellen van de materiële waarheid is een van de nevenfuncties van het strafprocesrecht. Rechtsbescherming is een tweede nevenfunctie van het strafprocesrecht. Belangrijk punt is dat beide nevenfuncties een invloed op elkaar kunnen uitoefenen; in sommige gevallen kan het zijn dat het vinden van de materiële waarheid moet wijken voor rechtsbescherming en omgekeerd. Ik heb gekozen om in mijn onderzoek uit te gaan van een waarheidsbegrip dat overeenkomt met de correspondentietheorie: waarheid is hetgeen dat correspondeert met de werkelijkheid.
Vervolgens heb ik Nederland onder de loep genomen; meer bepaald de kenmerken van de rechterlijke macht en het strafproces alsook de eisen voor een goede procesorde, het onderzoek ter terechtzitting en de bewijsregels. De Nederlandse strafrechter wordt bestempeld als een actieve, onpartijdige rechter. Het onmiddellijkheidsbeginsel en het beginsel van openbaarheid vormen waarborgen voor de verdachte bij het vaststellen van de materiële waarheid. In Nederland wordt er immens afbreuk gedaan aan het onmiddellijkheidsbeginsel sinds de de auditu-rechtspraak. Verklaringen ‘van horen zeggen’ kunnen meewerken tot het bewijs. Sindsdien is de strafrechtelijke procedure nog meer een schriftelijke procedure geworden, gebaseerd op het strafdossier dat bestaat uit verklaringen die afgelegd werden in het vooronderzoek. Daartegenover staat de motiveringsplicht van de rechter dat een positieve invloed vormt op de waarheidsvinding en dat bijdraagt aan de legitimering van het feitenoordeel.
Het vereiste van wettig bewijs alsook de tenlastelegging hebben mede een invloed op het proces van waarheidsvinding. Het feitenoordeel van de strafrechter dient zich te beperken tot het feitelijke gebeuren dat in de tenlastelegging beschreven staat. Tevens dient het feitenoordeel tot stand te komen op basis van de bewijsmiddelen die in artikel 339 Sv opgesomd staan. Tenslotte kent Nederland een negatief wettelijk bewijsstelsel waarbij er regels van bewijsminima gelden. Deze regels gelden, samen met de toetsing van betrouwbaarheid van het bewijs, als waarborg voor de verdachte.
Bij bespreking van de juryrechtspraak in de Verenigde Staten, heb ik mijn onderzoek beperkt tot de regels die van toepassing zijn op federaal niveau aangezien juryrechtspraak van staat tot staat kan verschillen inzake het aantal gekozen juryleden en het vereiste van unanimiteit/meerderheid van stemmen om een oordeel te bekomen.
Op federaal niveau beslist een jury van 12 leden over de schuld/onschuld van verdachte op basis van het wettelijk kader dat hen aangereikt wordt door de rechter. Hun oordeel dient unaniem te zijn. Tevens ontbreekt een motiveringsplicht. De jury moet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan ‘beyond reasonable doubt’.
Het onderzoek ter terechtzitting tijdens een ‘jury trial’ verschilt van het onderzoek ter terechtzitting tijdens een Nederlands strafproces in die mate dat het onderzoek zo goed als mondeling gebeurt. Alle getuigen worden opnieuw gehoord; tevens geldt de mogelijkheid van ‘cross examination’. Een jury trial in de Verenigde Staten kent bijgevolg een verdergaande strekking toe aan het onmiddellijkheidsbeginsel en het beginsel van openbaarheid, hetgeen mijns inziens een positieve invloed heeft op de materiële waarheidsvinding.
Aangezien er geen motiveringsplicht geldt voor de jury, dient men uiterst behoedzaam met het bewijs om te gaan. De Verenigde Staten kent dan ook bewijsregels die de input van het bewijs normeren alsook de ‘objection tool’ waarmee voorkomen kan worden dat de jury het bewijs hoort ter zitting. De bewijsregels zijn gedetailleerd neergelegd in de ‘Federal rules of evidence’. We onthouden dat het bewijs ‘relevant’ moet zijn en dat bepaalde vormen van ‘hear say evidence’ aanvaardbaar zijn als bewijs.
Het Hof van Assisen van België is bevoegd om te beslissen over de zwaarste misdrijven. Sinds 2009 worden er meer en meer zaken gecorrectionaliseerd, dit wil zeggen: onttrokken aan de bevoegdheid van het Hof van Assisen en voor een correctioneel proces geplaatst.
Het Hof van Assisen telt eveneens 12 juryleden die belast zijn met het oordeel inzake de schuld/onschuld van verdachte. Echter, de jury beslist samen met de rechter over de strafmaat en sinds het Taxquet-arrest bestaat er een motiveringsplicht voor de jury. Nog een belangrijk verschil is dat een veroordeling plaatsvindt bij eenvoudige meerderheid. Het criterium dat geldt, is dat de verdachte het feit moet hebben begaan ‘boven elke redelijke twijfel’. Ook in België wordt het proces getypeerd door haar openbaarheid, haar mondeling karakter en ononderbroken behandeling. Alle onderzoekshandelingen worden overgedaan tijdens het onderzoek ter terechtzitting; alle getuigen worden opnieuw verhoord, alle stukken worden voorgelezen.

In tegenstelling tot Nederland kent België een vrij bewijsstelsel; er zijn geen beperkingen inzake de waardering van het bewijs, de rechter wordt een discretionaire bevoegdheid toegekend. Er zijn geen regels inzake bewijsminima terug te vinden in de wet. De regel van bewijsuitsluiting geldt wel bij onrechtmatig verkregen bewijs. Het desbetreffende stuk mag niet meewegen in het oordeel, echter, het blijft wel deel uitmaken van het dossier.
Na een vergelijkende studie inzake de drie landen heb ik mij gefocust op de verschillen tussen een accusatoire procedure en inquisitoire procedure alsook de voor- en nadelen van juryrechtspraak. Het proces van waarheidsvinding is immers onlosmakelijk verbonden met de vorm van procederen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de accusatoire procesvorm optimaler is voor de waarheidsvinding; meer bepaald: de waarheid die correspondeert met het werkelijk gebeurde. Het is door de ‘clash van opinions’ die mogelijk is op de zitting in een accusatoire procesvorm dat de juridisch relevante waarheid het dichtst kan benaderd worden. Uit onderzoek volgt tevens dat een beslissing door 12 versus een beslissing door 3 de voorkeur verdient aangezien de meest logische beslissingen genomen worden door een grotere groep. Die beslissing dient dan ook nog eens unaniem te zijn. Qua (on)bevooroordeeldheid van de juryleden/beroepsrechter is het duidelijk dat hier geen garanties voor zijn. Zowel juryleden als een beroepsrechter kunnen vatbaar zijn voor emotionele beslissingen. Ten slotte ben ik beland bij het belang van de motivering; deze is onontbeerlijk voor de legitimatie van het oordeel.
De conclusie is dat Nederland een vorm van juryrechtspraak dient te implementeren om de de materiële waarheidsvinding te bevorderen. Bij voorkeur gebeurt dit in een systeem met een mix van elementen van de Belgische variant en de variant van de Verenigde Staten op federaal niveau. Het model van het Hof van Assisen dient als uitgangspunt genomen te worden gecombineerd met de eis van ‘unaniem’ oordeel dat de Verenigde Staten kent.
Date of Award10 Jan 2019
LanguageDutch
Awarding Institution
  • Department Criminal law and International and European Law
SupervisorWilma Dreissen (Supervisor) & Göran Sluiter (Examinator)

Keywords

  • Materiële warheidsvinding
  • beroepsrechter
  • juryrechtspraak
  • bewijsrecht
  • accusatoir
  • inquisitoir

Cite this

Juryrechtspraak versus beroepsrechter: Een rechtsvergelijkend onderzoek van Nederland, België en de Verenigde Staten
Boonaerts, J. (Author). 10 Jan 2019

Student thesis: Master's Thesis