Abstract
De scriptie behandelt de vraag of de voorschriften met betrekking tot de bewijsmotivering zoals opgenomen in het wetsvoorstel Vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering in vergelijking tot de huidige bewijsmotiveringsvoorschriften en de motiveringseisen van de zogeheten Promisvonnissen een verbetering opleveren in het licht van de inscherpingsfunctie van de motivering. Om deze vraag te beantwoorden worden, naast de inscherpingsfunctie, de huidige bewijsmotiveringsvoorschriften, de Promis-werkwijze en de voorschriften van het wetsvoorstel , alsmede de omvang van de motiveringsplichten daarbij besproken.De conclusie is dat in het wetsvoorstel de inscherpingsfunctie van de bewijsmotivering iets beter tot zijn recht komt in vergelijking tot de huidige bewijsmotiveringsvoorschriften (al is dit wel afhankelijk van de inkleding van artikel 4.3.24 Wetsvoorstel), maar niet in vergelijking tot de eisen die aan het Promisvonnis worden gesteld. De belangrijkste reden voor deze conclusie zijn de mogelijkheden tot het wijzen van een verkort vonnis en de beperktere motiveringsplicht met betrekking tot het gebruik van bepaalde bewijsmiddelen, zoals anoniem bewijs.
Date of Award | 27 Jul 2023 |
---|---|
Original language | Dutch |
Awarding Institution |
|
Keywords
- Bewijsmotivering
- Inscherpingsfunctie
- Promis
- Modernisering
- Strafvordering
- Wetsvoorstel
Master's Degree
- Master Rechtsgeleerdheid