Wet versterking positie curator in strijd met nemo tenetur?

  • L. Leurink

Student thesis: Master's Thesis

Abstract

Naar aanleiding van de faillissementsfraude problematiek in Nederland is de Wet versterking positie curator (hierna: WVPC) als onderdeel van de pijler Fraudebestrijding in het wetgevingsprogramma Herijking van het faillissementsrecht opgenomen. De WVPC versterkt de fraudesignalerende functie van de curator en breidt de inlichtingen- en medewerkingsplichten van de gefailleerde uit.
De wetswijziging roept vragen op in verband met artikel 6 van het EVRM en het nemo tenetur-beginsel. Als de curator van een bestuurder in een faillissementsprocedure (onder dwang) informatie verkrijgt en deze informatie wordt gebruikt in een strafrechtelijke procedure, is er mogelijk sprake van een schending van het nemo tenetur-beginsel.
De scriptie betreft een literatuur- en jurisprudentieonderzoek, waarbij nationale en internationale rechtspraak, artikelen omtrent faillissementsfraude, artikel 6 EVRM, het nemo tenetur-beginsel en de inlichtingenplicht van de bestuurder worden behandeld.
De conclusie van het onderzoek is dat de Hoge Raad onvoldoende bescherming biedt tegen gedwongen zelfincriminatie. Daarnaast is de conclusie dat de primaire taak van de curator, het vereffenen van de failliete boedel, kan conflicteren met de nieuwe fraudebestrijdende taak.

Aanbevolen wordt om de taak van de curator te beperken tot signalering van mogelijke faillissementsfraude en het nader onderzoek en opsporing uit te laten voeren door een publieke instantie.
Date of Award29 Apr 2019
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Department Private law
SupervisorMichele Reumers (Supervisor) & Jacobus Rinkes (Examinator)

Keywords

  • faillisementsfraude
  • nemo tenetur beginsel
  • inlichtingenplicht
  • curator
  • incriminatie
  • dwangmiddelen

Cite this

Wet versterking positie curator in strijd met nemo tenetur?
Leurink, L. (Author). 29 Apr 2019

Student thesis: Master's Thesis